Continuiteitsparagraaf
Om de continuïteit van onze organisatie te waarborgen, maken we op basis van ervaring en actuele ontwikkelingen een inschatting van de komende jaren. Hoewel de toekomst onzeker is, helpt deze vooruitblik ons te bepalen of CVO op koers ligt en waar bijsturing nodig is. We kijken vier jaar vooruit en brengen kansen en risico’s in kaart. Deze continuïteitsparagraaf bevat daarom ook een risicoparagraaf met beheersmaatregelen. Na een algemene inleiding bespreken we het toekomstbeeld van CVO tot en met 2028 op het gebied van leerlingen, personeel, huisvesting en financiën. Hierbij baseren we ons op de meerjarenraming 2025–2028, goedgekeurd door de raad van toezicht in december 2024. Waar mogelijk gebruiken we actuele cijfers.
Internationale spanningen brengen meer onzekerheid en verstoren de stabiliteit in Nederland
Internationale conflicten en veranderende machtsverhoudingen zorgen voor minder stabiliteit en voorspelbaarheid. Dit beïnvloedt onze economie, energievoorziening en veiligheid, en maakt langetermijnbeleid moeilijker. Economisch leidt dit tot prijsstijgingen, schommelende energiekosten en verstoringen in handelsketens. Importtarieven uit de VS kunnen Nederlandse bedrijven extra belasten en hun concurrentiepositie verzwakken. Op veiligheidsgebied nemen cyberdreigingen toe en groeit de druk op internationale samenwerking. De onzekerheid raakt bedrijven, overheid, scholen en huishoudens, wat investeringen en bestedingen kan vertragen. Ook CVO ondervindt hiervan gevolgen.
- De kans op cybersecurityproblemen neemt toe, aangezien digitale aanvallen steeds geavanceerder en frequenter worden. Onderwijsinstellingen -ook CVO- lopen een groter risico op datalekken, hacking en verstoring van digitale processen. Dit kan leiden tot operationele stilstand, financiële schade en een verlies aan vertrouwen bij leerlingen, ouders en medewerkers.
- Met een nieuw kabinet en een onzekere wereld neemt de kans op bezuinigingen toe, wat kan leiden tot minder overheidsfinanciering voor sectoren zoals het onderwijs. Voor CVO kan dit betekenen dat investeringen in personeel, innovatie en schoolfaciliteiten onder druk komen te staan.
- De energieprijzen blijven schommelen door geopolitieke spanningen, marktonzekerheden en veranderend overheidsbeleid. Dit maakt het lastig voor organisaties zoals CVO om energiekosten te beheersen, wat de financiële planning bemoeilijkt. Hogere prijzen kunnen leiden tot stijgende operationele kosten en minder budget voor onderwijsinnovatie. Investeren in energie-efficiëntie en duurzame alternatieven wordt daarom steeds belangrijker.
- De kosten voor investeringen in huisvesting en ICT blijven stijgen door inflatie, schaarste aan materialen en toenemende vraag naar digitale oplossingen. Dit zet extra druk op budgetten en vraagt om slimme en efficiënte bestedingen.
- De realisatie van (huisvestings)projecten verloopt trager door personeelstekorten en schaarste aan materialen, veroorzaakt door verstoringen in productie en transport. Dit kan leiden tot hogere kosten en langere doorlooptijden, wat de planning en voortgang van belangrijke investeringen bemoeilijkt.
- Blijvende personeelstekorten leiden tot lesuitval, waardoor de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs onder druk komen te staan.
- Afnemende bereidheid tot het betalen van de vrijwillige ouderbijdrage waardoor (externe) activiteiten voor leerlingen vervallen en het onderwijs mogelijk verschraald.
Positief:
- Onderwijsinnovaties bieden een kans om het onderwijs toekomstbestendig te maken, ondanks aanhoudende personeelstekorten. Door digitale leermiddelen, flexibel roosteren en hybride onderwijs slim in te zetten, kunnen scholen efficiënter werken en de onderwijskwaliteit versterken.
- Inzet van AI ten gunste van onderwijs en onderwijskwaliteit onder meer op het gebied van basisvaardigheden.
- Inzet op cybersecurity en interne bewustwording van de risico’s, dragen bij aan een veiliger ICT-omgeving en verminderen het risico op datalekken
- Investeren in duurzaamheid draagt bij aan kostenreductie in de exploitatie en zorgt tevens voor een reductie van onze ecologisch "footprint".
- Aandacht in het onderwijs aan duurzaamheid, leidt tot meer bewustwording van de effecten van klimaatverandering, draagt bij aan het behalen van de (17) Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN en stimuleert initiatieven van leerlingen die bijdragen aan een duurzamere samenleving.
De aangegeven ontwikkelingen zijn bij de opzet van de meerjarenraming als onderdeel van deze continuïteitsparagraaf betrokken, zonder dat we precies weten of de mate waarin we dat gedaan hebben voldoende is. We houden ontwikkelingen in het kader van kansen- of wel risicomanagement nauwlettend in de gaten, betrekken die bij de bestuurlijke P&C-gesprekken en sturen waar nodig bij. De omvang van CVO biedt ons flexibiliteit, terwijl onze financiële positie een gedegen buffer vormt.
Kansen- of wel risicomanagement is het continu en systematisch beoordelen en vertalen van de ontwikkelingen in de omgeving naar de (mogelijke) impact op de organisatie, alsmede het beoordelen van de organisatieontwikkeling en de activiteiten van de organisatie gegeven de veranderingen in de omgeving. Op basis hiervan worden kansen benut of risico’s bewust genomen, worden kansen op risico’s verkleind of de gevolgen ervan beperkt.
Een goed systeem van kansen- c.q. risicomanagement is de basis van de governance in de organisatie en helpt ook meerjarig beter te voorspellen of de gestelde doelen daadwerkelijk kunnen c.q. zullen worden bereikt.
Kansen en risico’s worden meegewogen bij de koersbepaling van de organisatie voor de langere termijn en de sturing op de financiën in het perspectief van een blijvend financieel gezonde toekomst. We volgen maatschappelijke trends en ontwikkelingen, het politieke debat en we luisteren naar onze stakeholders. We beoordelen met het oog op die gezonde financiële toekomst de relevante kengetallen. Dat zijn zowel de financiële kengetallen, als de ontwikkeling van het aantal leerlingen, de ontwikkeling van het personeelsbestand en niet op de laatste plaats de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit op onze scholen.
Los van de actualiteit, zijn er bij de opstelling van de begroting risico’s benoemd. Risico’s waarop de scholen(groepen) en het bestuur van CVO een antwoord moeten formuleren, c.q. een strategie moeten ontwikkelen. Wat zijn in de basis de belangrijkste risico’s die onze scholen(groepen) zien en die we ook als raad van bestuur onderkennen?
Scholen zien op hoofdlijnen belangrijke risico’s in de fluctuatie van het leerlingenaantal, omdat enerzijds krimp van het leerlingenaantal, zonder tijdige en adequate bijsturing, leidt tot boventalligheid van personeel, terwijl anderzijds een onverwacht sterke groei van het leerlingenaantal tijdelijke, dure inhuur tot gevolg kan hebben. Dit laatste geldt zeker in de situatie dat er sprake is van krapte op de arbeidsmarkt. Aan de andere kant streven we ernaar boventallig personeel binnen CVO in te zetten op scholen waar als gevolg van groei van het aantal leerlingen vacatures ontstaan.
Binnen het werkgebied van CVO zien we zowel krimp- als groeigebieden. Het sturen op krimp geeft een andere dynamiek dan het sturen op groei. De combinatie van beide binnen één organisatie geeft zeker kansen om personeel te herplaatsen. Daarnaast impliceert deze situatie het risico op leegstand in een krimpgebied, terwijl in een groeigebied net gerealiseerde huisvesting al snel te krap blijkt te zijn en portocabins als tijdelijke huisvesting oplossing moeten bieden.
Scholen zien risico’s in relatie tot het personeel als het gaat om de mogelijkheden tot herplaatsing of financieel kostbare vertrekregelingen (transitie-vergoedingen) in geval van krimp. Daarnaast is de invulling van vacatures in tekortvakken een steeds nijpender probleem aan het worden. Zeker als goed gekwalificeerd personeel uitstroomt, omdat het kiest voor een carrière buiten het onderwijs of buiten CVO. We zetten in op meer verbinding binnen CVO om zo onze medewerkers nog meer te binden aan onze scholen.
Scholen zien als risico’s op het domein van huisvesting een te lage bezettingsgraad van de gebouwen, vervanging of extra onderhoud voor eigen rekening of significante eigen bijdragen bij nieuwbouw. Dit risico is manifester aanwezig naar mate bouwkosten stijgen als gevolg van oplopende grondstoffenprijzen of tekorten aan gekwalificeerd personeel en daarnaast gemeente minder budget voor huisvesting beschikbaar stellen dan benodigd.
CVO is financieel gezond en toekomstbestendig
CVO is financieel solide. Het positieve exploitatieresultaat van €6,3 miljoen in 2024 zorgt voor extra ruimte in de komende jaren. Tegelijkertijd zijn er hogere verplichtingen, zoals investeringen in werkdrukverlichting en professionalisering van personeel. In 2025 resteert nog €7,9 miljoen aan NPO-middelen, bedoeld voor het aanpakken van leerachterstanden, sociaal-emotionele ontwikkeling, basisvaardigheden en duurzame onderwijsvernieuwing. CVO zet deze middelen doelgericht in. De meerjarige exploitatie is op activiteitenniveau positief. Eventuele tekorten op RJ-niveau worden opgevangen met bestemmingsreserves, opgebouwd uit eerdere overschotten (2021–2024), mede dankzij NPO- en werkdrukmiddelen. Door zorgvuldig financieel beleid en voldoende buffers is de continuïteit van CVO gewaarborgd, ook voor toekomstige generaties. Ondoelmatige uitgaven worden voorkomen door strakke planvorming.
