Annemarie Neeleman | programmaleider & Claudy Oomen | academisch begeleider kenniswerkplaatsen
Het programmateam voor de Kennisagenda van CVO is klein, maar krachtig en effectief. Het introduceerde in het schooljaar 2025-2026 een pilot met kenniswerkplaatsen en was betrokken bij het opzetten van twee datateams. In 2026-2027 volgen een tweede ronde met kenniswerkplaatsen, ondersteuning van datateams, en het inrichten van leernetwerken. Doel is om meer kennis in de scholen te krijgen en meer onderbouwd, evidence informed, vernieuwingen in te voeren.
Het programmateam voor het koersthema Kennisagenda bestaat uit Annemarie Neeleman, beleidsadviseur bij CVO en lector Onderwijskundig leiderschap in lerende onderwijsorganisaties aan Hogeschool Rotterdam, Claudy Oomen, beleidsadviseur, Dieke Janssen, beleidsmedewerker, en de twee gedelegeerde opdrachtgevers Ger Reijnders, directeur van de Shared Service Organisatie (SSO), en Erik Wijnstok, directeur bedrijfsvoering bij Melanchthon.
Praktische handelingskennis
‘Te weinig kennis uit onderwijsonderzoek vindt z’n weg naar onderwijsprofessionals, en ook zijn er vraagstukken in de onderwijspraktijk waarvoor nog geen praktische handelingskennis bestaat’, vertelt programmaleider Annemarie Neeleman. ‘De Kennisagenda is een bundeling van thema’s die als belangrijk ervaren worden door de beroepsgroep, in ons geval dus alle collega’s op CVO-scholen. Die thema’s hebben wij als team gedestilleerd uit landelijke kennis- en ontwikkelagenda’s, lokale educatieve agenda’s, beleids- en schoolplannen van de CVO-scholen en uit gesprekken met directeuren. We zijn in 2025-2026 gestart met drie kenniswerkplaatsen rond de thema’s motivatie en welzijn, diversiteit en levensecht leren. In de kenniswerkplaatsen doen collega’s van onze scholen praktijkgericht onderzoek naar deelonderwerpen binnen de drie thema’s waar ze in hun dagelijks werk tegenaanlopen. De effecten van de kenniswerkplaatsen moeten blijken uit verbeterde motivatie of leeropbrengsten van leerlingen of uit toenemend werkplezier en grotere motivatie van de collega’s. Met dat laatste raakt de Kennisagenda aan de ambities van de Talentagenda.’ Ook leveren de kenniswerkplaatsen methodieken of producten op die voor meerdere scholen nuttig zijn.
Claudy Oomen, academisch begeleider van de kenniswerkplaatsen, vervolgt: ‘Het gaat over het begrip evidence informed – kennis uit de wetenschap en uit andere onderzoeken moet verbonden worden aan de praktijk. Collega’s onderzoeken daarom in hun eigen context hoe inzichten uit eerder onderzoek werken bij hun eigen leerlingen. Ik begeleid hen daarbij.’
Vijf thema’s
Dieke Janssen, die secretaris is van de Koersprogramma’s en programmasecretaris van het Kennisagenda-team, geeft aan dat de drie thema’s van 2025-2026 deels terugkomen in 2026-2027. ‘Komend schooljaar richten we de kenniswerkplaatsen op inclusief onderwijs, curriculumvraagstukken zoals basisvaardigheden, curriculumherzieningen, flexibeler onderwijs en leerlingparticipatie. AI kan binnen alle thema’s een plaats krijgen.’ In 2025-2026 namen negentien collega’s afkomstig van twaalf CVO-scholen deel aan de kenniswerkplaatsen.
Een kenniswerkplaats duurt een jaar, de docent-onderzoekers krijgen gedurende dat jaar een aanstelling van een halve dag in de week (0,1 fte) om aan hun onderzoek te werken. Ervaringen uit de kenniswerkplaatsen zijn te vinden op https://cvo.nl/themas/kennisagenda.
Dieke onderstreept dat de kenniswerkplaatsen stimulerend werken voor docenten: ‘We zien in de kenniswerkplaatsen mensen opbloeien en een expertrol vervullen binnen hun school. Dit komt ook naar voren in de tussenevaluatie. Sommigen willen verder met het thema op school.’
Claudy wijst op nog een specifiek doel van de kenniswerkplaatsen, naast werken vanuit kennis, expertise-ontwikkeling en persoonlijke groei: ‘Samen van en met elkaar leren. Want de mensen van de kenniswerkplaatsen ontmoeten elkaar regelmatig, en zijn zo ook bezig om over de grenzen van hun school heen te werken aan de lerende organisatie.’
Datateams
Er zijn nog meer loten aan de stam van de Kennisagenda. Claudy vertelt over twee datateams die zijn gestart op twee locaties van Portus. Zij werken volgens de datateam®-methode, afkomstig van de Universiteit Twente. Claudy heeft hierin een adviserende rol en denkt mee over hun analyses en onderzoeksvragen. ‘Bij deze vorm van praktijkgericht onderzoek wordt gebruikgemaakt van data die al aanwezig zijn op school. In feite werkt een datateam ook aan schoolontwikkeling. Het is een vorm van leernetwerken die op de scholen zelf wordt georganiseerd. Vanuit de Kennisagenda willen we scholen stimuleren om datateams op te zetten, en binnen de CVO Academie bieden we een kort traject aan voor docenten die de data van hun leerlingen, bijvoorbeeld uit toetsen, beter willen benutten.’
Kennisbank
Verder denkt het programmateam na over de inrichting van een leer- of kennisinfrastructuur, onder andere via een Kennisbank. Op deze – digitale – plek moeten alle medewerkers kennis, contacten, expertise, onderzoeken, producten en ervaringen binnen CVO kunnen vinden en delen. Dieke: ‘Ook binnen de andere Koerslijnen worden allerlei zaken ontwikkeld, denk aan protocollen en documenten, die een centrale, toegankelijke plek moeten krijgen. Een smoelenboek met namen, contactgegevens en expertise – denk aan adhd of hoogbegaafdheid – hoort daarbij. De Kennisbank wordt mogelijk een onderdeel van MijnCVO, de digitale leer- en werkomgeving van CVO, en zou na de zomervakantie van 2026 ingericht moeten zijn.’
Leernetwerken
Een laatste ontwikkeling binnen het programma vormen de leernetwerken. Dieke stelt dat leernetwerken gevormd worden door collega’s die met enige regelmaat samenkomen rond een bepaald thema, met een helder doel en een gezamenlijk vastgestelde opbrengst. De kennis en ervaringen uit de kenniswerkplaatsen en uit andere initiatieven kunnen hier samenkomen en gedeeld worden.
Toegevoegde waarde
Voor collega’s op CVO-scholen hebben de kenniswerkplaatsen toegevoegde waarde. Claudy: ‘Docenten met een collega die hieraan deelneemt, hebben hiermee een expert op school aan wie ze vragen kunnen stellen als er iets speelt rond het betreffende thema. Ook kunnen ze meedoen met initiatieven die hij of zij neemt. Er worden allerlei interventies gedaan, en als het goed is, merken ze dat. Een voorbeeld van een interventie is dat een avo-docente op vmbo-school Melanchthon Berkroden collega’s vroeg om ook een lessenserie te maken op het gebied van levensecht leren. Drie collega’s gingen daarop in, ze werken samen aan de opzet en onderzoeken wat dit doet met de leerlingen. Een ander voorbeeld speelde op Portus Meridiem. Collega’s die onderzoek deden naar diversiteit organiseerden bijeenkomsten waarin teamleden elkaar vertelden over hun eigen achtergrond. Zodoende werden teamleden zich meer bewust van de culturele diversiteit van collega’s en leerlingen.’ Annemarie: ‘Docent-onderzoekers kunnen ook de CVO Academie gebruiken als middel om de praktische handelingskennis breder te delen. Die is voor iedereen toegankelijk. En het is de bedoeling de producten van de kenniswerkplaatsen in de Kennisbank op te nemen.’